Deze maand vijfentwintig jaar geleden werd theehuis 't Grasje in Utrecht geopend. Het was het begin van een unieke plek waar in de luwte van het zogenoemde Ik-tijdperk het gezonde verstand zegevierde. Oprichter Max Daniel had een vooruitziende blik en zorgde ervoor dat 't Grasje onvergelijkbaar anders was dan welke coffeeshop dan ook. Het was alternatief met een hoofdletter A.
Ik heb er zelf nog een tijd achter de toonbank gestaan in het begin van de jaren tachtig. De idiotie van de drugsverboden werd er voortdurend aan de kaak gesteld. Ik herinner me de levendige discussies met sommige klanten. Het was de tijd van de maakbare samenleving, van massale demonstraties en van krakersbolwerken. Als ik er nu op terugkijk was het een idyllische tijd. We begonnen de werkdag vaak beneden in de kelder, waar superieure zwarte hasj uit Nepal met de naam Wardak werd versneden. Als het gloeiend hete mes in het grote brok hasj werd gezet, kringelde dikke zoete rook omhoog die met volle teugen werd ingeademd. Een zware geur van bloemen staat me voor de geest. Het effect liet nooit lang op zich wachten.
Maar de politiek was altijd dichtbij. Russen en Amerikanen vochten om wereldheerschappij. De Amerikanen hielden huis in hun achtertuin, dat wil zeggen Midden- en Zuid-Amerika. Honderdduizenden werden in naam van de vrijheid van consumptie over de kling gejaagd. B-acteur Ronald Reagan was president en liet grote hoeveelheden cocaīne door extreem-rechtse handlangers de Verenigde Staten in smokkelen. Het communistische Rusland had Oost-Europa en wilde uitbreiden naar Afghanistan. Maar daar kwam hele goeie hasj vandaan! En onze sympathie lag dus bij de Afghanen. We droegen T-shirts met als opschrift: Smoke the Russians out of Afghanistan! We konden toen niet bevroeden dat de CIA de opstandelingen steunde (waaronder Osama Bin Laden), en dat deze geheime dienst ervoor zorgde dat de cannabis in rap tempo werd vervangen door papavers. Het resultaat: inmiddels is Afghanistan de onomstreden grootste producent van opium.
Max was een van de eersten die zijn eigen wiet kweekte en die in zijn eigen coffeeshop verkocht. Hij had een grote buitenplantage. Op strategische hoeken in de boomgaard hingen geplastificeerde kopietjes van een officiële brief van een politieambtenaar waarin stond dat hij een vergunning had om wiet te kweken. Samen met zijn compagnon begon hij een zaadveredelingsbedrijf. En toen de vrijwel oogstrijpe buitenplantage van zijn compagnon door de politie werd opgerold, vond de politie tijdens de huiszoeking vijftig kilo cannabiszaad. Het zaad was van een abominabele kwaliteit, van Franse herkomst en bedoeld als vogelvoer, maar in de rechtzaal was er geen speld tussen te krijgen. Een zaadveredelingsbedrijf samen met de aanwezigheid van heel veel cannabiszaad, dat klonk als bonafide handel in de ogen van de rechter. Vrijspraak dus!
Max is meer dan tien jaar dood, maar 't Grasje is er nog steeds. Geheel in de alternatieve traditie is het nu in collectief eigendom. Bij lokale verkiezingen in Utrecht heeft de in 't Grasje opgerichte Graspartij ooit nog eens meegedaan (zonder een zetel te halen in de gemeenteraad). Het is al 25 jaar een broedplaats voor mensen die de onzin van de drugsverboden willen aantonen. Ik wens 't Grasje vele groene jaren toe!
Arno Adelaars |