Beter laat dan nooit heb ik ontdekt dat ik live broadcast muziek op deze PC kan beluisteren, terwijl ik iets anders – dit bijvoorbeeld – doe. Rijkelijk laat, maar ik kwam dan ook pas twee jaar geleden vanuit de Gutenberg Galaxy in deze wereldwijde virtuele wildernis terecht, waar het soms moeilijk goud zoeken-en-vinden is tussen het vele namaak. In elk geval ik ben dezer dagen hartstikke gelukkig met http://www.wkcr.org/ - luisterend naar een New York’s radiostation, waar zich op dit moment een 72 uur Lennie Tristano Festival afspeelt.
Tristano is componist, pianist en bandleider, die bebop speelde in de jaren ‘40 met Charlie Parker en Dizzy Gillespie: prachtige opnamen, en ook de muziek waarnaar ik luisterde toen ik in Parijs voor het eerst marihuna ging roken, aan het begin van de jaren ’50. Met een zestal mensen (ik tussen Amerikanen, Canadezen en andere midatlantic expats) rookten we in afzondering, thuis bij de grammofoon of in de auto, voordat wij ergens naar binnen stapten, een café (Le Tournon in de Rue de Tournon bijv. of Le Select Bvd Montparnasse) of een jazzconcert. En maar tintelen! Het was iets wat gebeurde zonder dat er over gesproken werd, hush hush dat wel, maar geen kwaad rondom – hasj en kif waren te koop in Noord-Afrikaanse cafeetjes achter het Hotel de Ville op de linkeroever. In 1957 kwam ik naar Amsterdam terug en belandde uiteraard in het kleine groepje mensen dat marihuana rookte; ik heb de scène, die zich grotendeels rond het Leidseplein afspeelde, beschreven in mijn boek Hoogseizoen uit 1962. Louis van Gasteren wijdde een documentaire film aan deze eerste dropouts en vrijbuiters: Allemaal rebellen. Dat is al zo lang geleden dat niemand zich kan voorstellen hoe select en soms paranoïde sommigen waren, die zich in de jaren vijftig rond de stuff, pot, shit verzamelden, waarnaar bovendien grote vraag was van de Amerikaanse soldaten die vanuit Duitsland hier hun verlof kwamen doorbrengen; Amsterdam was een aantrekkelijk leave center.. Daarnaast was er uiteraard het nooit uitgesproken gevoel tot een wereldje van ingewijden te behoren, naderhand zou een en ander uitgroeien tot een ware jeugdcultuur, aangevuurd door de werken van beat generation-schrijvers als Jack Kerouac, William Burroughs of Gregory Corso – in feite de enige revolutionaire beweging die de VS hebben gekend. De beat generation werd vader van de hippies en grootvader van de punks, de rest is geschiedenis, met de nodige nieuwe muziek swingend ingeluid.. Terwijl mijn mede-pennevoerders zich afvroegen wat ik toch zocht tussen die jongens, wist ik dat zich daar in elk geval meer waarachtigs afspeelde dan in de door politiek en economie verziekte Republiek der Letteren. Ik wist ook al spoedig, zeker na mijn LSD-gebruik in de jaren zestig, dat ik meer dan dichter-schrijver was; met een aantal mensen was ik verzeild geraakt in een enorm experiment waarvan de uitkomst zich nog laat raden. Wij verruimden ons bewustzijn, wij werden wakkerder voor de illusies die de wereld regeren, wij wisten duidelijk het verschil tussen Hebben en Zijn te maken en kozen voor het Laatste. Alleen, hallo, stop daar even met je mooie verhaal: ondertussen had de commercie geroken waar geld te verdienen was en de oorspronkelijke idealistische gedachten, die nog altijd achter het onturnen en high worden liggen, werden verduisterd door minder edele motieven van geld verdienen, desnoods met geweld en machtsspelletjes. Het zij zo. War is over if you want it. Ik rook nog altijd voor de fun of it, en go to hell met je wetten. Blijven breken, zonodig. Legaliseren? In een maatschappij, die nauwelijks legitiem te noemen is, haar eigen wetten voortdurend brekend en overtredend? Dit moest me even van het hart; het klopt! Simon Vinkenoog
|