 Meer dan een half jaar heb ik hier niet over m’n autoperikelen geschreven. Er kwamen wat trein- ongein- verhalen voor in de plaats en ik heb jullie gelukkig nooit willen vermoeien met de eindeloze kansloze gesprekken met taxichauffeurs die ik heb ‘moeten’ voeren terwijl je niet eens als afleiding een peuk op mag steken! Ik heb leuke dingen met taxi’s meegemaakt, maar ook heel vaak liefst in het Engels moeten uitleggen waar ik woonde. En dan onderweg nog om de minuut aanwijzingen moeten geven terwijl die meter vurig doortikt. Ja, sommige taxichauffeurs zijn in meerdere opzichten afzetters.
Kortom een half jaar lang was ik dagelijks bezig met de vraag hoe ik van A naar B moest gaan. En net op het moment dat ik eraan gewend was en wel genoot van het feit dat ik dagelijks mensen kon observeren, bladen kon lezen en lekker kon computeren kwam de dag dat mijn tijd erop zat. Ik was eigenlijk best bang om me weer op de asfaltjungle te begeven. Kon ik het nog eigenlijk nog wel ? In hoeverre ik het ooit gekund heb dan? Zonde van m’n tijd ook om weer de hele tijd bezig te zijn met sturen, gas geven of erger nog in de file staan. Ik ga vast vaker met de trein en misschien neem ik zelfs wel een privé- chauffeur. Dat waren de laatste gedachten tot de dag dat ik weer mocht rijden. Ik moest m’n roze papiertje ophalen in Den Haag aangezien daar in de buurt die motherfuckers me geflitst hadden. In fucking Wassenaar om precies te zijn waar je blijkbaar ook om 5 uur ’s nachts niet harder dan 70 mag op een 3baans weg. Ik had ineens geen zin meer om met de trein of met de taxi naar het parketgebouw af te reizen en besloot om m’n rijbewijs op te halen met de auto! Niks leuker leek me dan officieel dat bewijs terugkrijgen van zo’n trut achter een balie en dan daarna gelijk vragen om een uitrijkaart En zo stapte ik weer voor het eerst sinds een half jaar in m’n eigen GielMobiel. Die had niet stilgestaan want mijn vrouw genoot van de stuurbekrachtiging, automatische deurvergrendeling en de I-pod en was zelfs zo lief om mij in de laatste weken ’s ochtends vroeg (wanneer de treinen echt nog niet rijden) naar de studio te transporteren. De asbak was nog steeds vol, de halfvolle flesjes cola en de losse CD-tjes lagen nog overal. Niks veranderd, home sweet car home. Eindelijk weer lekker radio luisteren en genieten van en storen aan collega’s. Het autorijden zelf bleek ik nog te kunnen of in ieder geval net zo slecht als altijd en ik heb inmiddels (door de ritjes op de bijrijderstoel) geleerd dat te hard rijden echt geen tijd scheelt. Nu is het zelfs mijn vrouw die me vraagt of ik een beetje door wil rijden (maar ja 100 is 100 zeg ik dan). Dit alles ook om nooit meer door zo’n hel te moeten. Blijkbaar ben ik echt een kutkind waarbij een straf dus werkt. Ik hoop dan ook oprecht dat er de komende tijd niet veel meer te melden valt over mijn autoperikelen en ik weer gewoon over andere zin en onzin kan gaan schrijven. Aan de andere kant ben ik nu net bezig met creëren van een nieuwe Gielmobiel in het kader van het TV programma ‘de grote beurt’. Daarover dan de volgende keer toch maar meer.
EssenSee Ya, Giel. |