 De laatste keer dat ik rapper Macro tegen was gekomen, was tijdens de releaseparty van zijn album Alternaïef in Eindhoven. Ik had de presentatie van die avond voor mijn rekening genomen, iets waarvoor ik nog steeds geneigd was mijn excuses aan te bieden. Niet alleen was mijn eigen optreden niet doorgegaan omdat ik mijn verhalen was vergeten (iets wat voor een voorlezend schrijver toch vrij essentieel is), maar ook omdat ik vlak van tevoren mijn onovertroffen buitenwiet had gerookt, zodat ik op het podium niet helemaal meer wist wat ik daar stond te doen. Ja, Macro en zijn band Macronizm aankondigen, maar omdat ik voor mijn gevoel per ongeluk op het podium was beland, wist ik niet eens of zij daar wel klaar voor stonden. Ik heette het publiek daarom iets te uitgebreid welkom, tot bleek dat Macro al die tijd ready as can be gewoon voor mij in het publiek had gestaan.
Macro wilde enkele weken later echter van geen excuses weten: hij vond het juist allemaal geweldig. ‘Aan het begin van de show hebben we trouwens speciaal iets voor jou,’ vertrouwde hij mij vlak voor zijn optreden in de Amsterdamse Melkweg toe. Wat dat was, wilde hij niet zeggen. ‘Dat merk je vanzelf wel.’ Ik bereidde mij er geestelijk op voor dat ik even later uitgenodigd zou worden mijn fameuze dansperformance op stage te dansen (wat in mijn dromen al tot vele legendarische momenten heeft geleid en ook alleen daar ooit is uitgeprobeerd), en had dus voor aanvang van het optreden voor de zekerheid gepiest en een dikke joint opgestoken. Nu hoefde ik nog slechts bier te halen om er helemaal klaar voor te zijn. Net op tijd, want, waarschijnlijk vanachter het podium, klonk al een keihard ‘Fijn dat jullie er zij-ijn!’
Het meisje voor me aan de bar vertrok met een cola en twee bier; de barman was even weggelopen om aan de zijkant van de bar iemand te helpen. ‘Gaan we zo Macro en....’ klonk het met een Brabants accent door de zaal. Ik checkte het podium, maar daarop was nog niets te zien. Getuige de man met de microfoon bleek dat ook te kloppen: ‘Oh, even checken of ze er wel zijn.’ Dat kwam goed uit. Ik toonde de barman snel het peace-teken en vertrok met twee bier in de richting van het podium, waar de band reeds gevonden was. Drums, bas, gitaar en toetsen speelden de beats die op het album nog door de beatcreators waren gemaakt; Macro, Che en Fuji sprongen al rappend over het podium.
‘Wanneer gaan ze nou iets met jou doen?’ wilde mijn mede-concertganger graag weten, maar zij beschikte over net zo weinig informatie als ik. ‘Dat gaan we wel zien,’ lachte ik ietwat nerveus. Maar de verwachting werd niet ingewilligd: ik zag of hoorde niets wat in enige relatie tot mij zou kunnen staan.
‘Leuk concert hoor,’ complimenteerde ik Macro na afloop. ‘Maar wat lulde je nou dat je iets met mij ging doen?’ ‘Heb je dat niet gehoord dan?’ vroeg Macro mij stomverbaasd. Ik vermoedde dat ik toch nog een deel van zijn teksten had gemist, waarin hij dan één of andere aubade aan Koning Lama Iste had gebracht. ‘Fijn dat jullie er zij-ijn!’ imiteerde Macro de presentator: ‘Dat kan er toch maar eentje zijn?’ ‘Gaan we zo Macro en.... Oh, even checken of ze er wel zijn,’ wist Che nog lachend aan te vullen.
Het is nog geen aankondiging door Danny Ray van Jáááááááámmmmmes Brown, maar ik word dus al wel gesampeld…
Succes met de buitenwiet! DC Lama
|