Het moet ergens aan het eind van de jaren negentig zijn geweest bij een soort seminar achtige muzikantendag in de Melkweg. Er waren veel bekende artiesten ingehuurd om beginnende artiesten de kneepjes van het vak te leren. Ik had net een workshop gegeven over demo’s presenteren en was vrij voor de rest van de dag. Dus ik dronk nog even een biertje en keek op het programma of er nog iets interessants te beleven viel. Toevallig begon er in de bioscoopzaal net een workshop ‘songwriting’ van Huub van der Lubbe (u weet wel, van de Dijk) en dat leek me wel wat. Ik was daar natuurlijk meer als collega dan als leerling, dus ik ging helemaal achter in de zaal zitten en probeerde zo min mogelijk op te vallen.
Huub begon over liedjes schrijven te praten en zei dat je zoiets het beste kon leren door het te doen. Toen hij om een openingszin vroeg stak de halve klas enthousiast zijn vinger op. Eén voor één keurde Huub de openingszinnen af en onderbouwde ook keurig waarom. Na veel moeite stond er eindelijk een goedgekeurde openingszin op de projector: “Ik loop op straat”. Na weer een hele rits afgekeurde zinnen stond er met nog meer moeite “met mijn handen in mijn zakken” achter. “Oké, we hebben een beginsituatie, maar nu moet er toch echt iets met emotie gebeuren!” zei Huub terecht na een aantal suffe voorstellen. De klas werd echter steeds minder enthousiast om een vinger op te steken, want Huub keurde toch steeds alles af. Er viel een ongemakkelijke stilte en de les dreigde een beetje vast te lopen. Omdat Huub me wel een sympathieke kerel leek besloot ik hem te helpen en ook mijn vinger op te steken. “Ja, zeg het maar!” riep Huub enigszins opgelucht. “Ik loop op straat met mijn handen in mijn zaken en ik voel me klote”, riep ik door de zaal. Huub kon er wel om lachen en schreef dit op. Ondertussen viel bij de rest van de klas ook het kwartje en zat de hele zaal te lachen. Huub zei: “Ja, maar nu maak je wel een fout!” “Je begint je liedje meteen met een soort grappige dubbelzinnige clou die beter aan het eind zou passen, dus als je vanuit deze situatie verder schrijft, dan zal de rest van het liedje waarschijnlijk tegen gaan vallen”. Ik voelde me nu behoorlijk uitgedaagd en wou me natuurlijk niet laten kennen. Ik dacht razend snel na en riep door de klas: “Dus ik hoop dat jij je kut voelt, dan hebben we er samen van genoten!” De hele klas proestte het uit van het lachen en ik kreeg het gevoel dat Huub nu lichtelijk geïrriteerd mijn vervolgzin op schreef. En dat deze zin nog leuker was dan de vorige bleek wel uit het onophoudelijke gegiechel van de dames die vooraan zaten. Huub wees naar me met zijn viltstift en zei: “Wil jij anders hier voor de klas staan?” Ik dacht: Mooi niet! Ik ga me daar en beetje een heel liedje weg geven aan een klasje beginners. Ik ging maar weer aan de bar hangen en ergens in mijn achterhoofd voelde ik een nog ongeboren liedje groeien. Later heb ik het nummer ook echt uitgewerkt onder de titel ‘Wrijving’. Deze track heb ik opgenomen met de Beatbusters voor het album ‘Aangenaam’. Het werd zelfs een single en live was het ook altijd één van de klappers van de avond. Tegen de tijd dat we er mee op Pinkpop stonden kon iedereen het refreintje mee brullen. Tegenwoordig mag ik de tekst zelfs op literaire festivals komen voordragen omdat de stropdassen vinden dat het werkje zo goed in elkaar zit. Ik vraag me af of Huub er eigenlijk ooit nog iets van gemerkt heeft. Het is in ieder geval een ‘dijk’ van een nummer geworden.
Def P
|