Vanaf het moment dat ik mij aan die taak had gezet, was de afwas niet langer een verzameling glazen, bekers, borden, pannen en bestek, maar simpelweg: de vijand! Niet dat ik nou zo’n hekel heb aan afwassen, integendeel: met wat luide muziek en een jointje bij de hand, vond ik het eigenlijk best een aangename dinsdagavondbesteding. Het vereist namelijk slechts een klein beetje fantasie om van je afwas een buitengewoon geavanceerde 3D-game te maken, en versteld te staan van ‘wat ze tegenwoordig toch allemaal wel niet kunnen’. Ik had het spel gratis ontvangen, omdat ik thuis nou eenmaal regelmatig kook, eet en drink. Lucky me!
Over het nog onaangetaste slachtveld (het teiltje in de wasbak) hing in de vorm van een hoge schuimkraag een laaghangende dichte mist. Rechts daarvan bereidde een peloton keurig opgestelde glazen de eerste aanval voor. Mijn wapen: de afwasborstel, de eerste gamecontroller met haartjes. Level 1 was geladen.
Ik nam nog een hijsje van mijn joint vol Lamaweed from the balcony, zette een van de laatste Public Enemy-albums op en bepaalde toen mijn strategie: de frontale aanval! Voor een beginnend speler klinkt dat wellicht als een wat onbesuisde actie, maar soldaat Lama kent zijn handboek: Het glas steek je horizontaal in het water en de borstel draai je twee keer met tegenovergestelde halve slagen aan de binnenkant. Dan hef je het glas tot boven de waterrand opdat het vuile water eruit kan lopen en betast je het aan de buitenkant met verticale streken. Tot slot geef je de onderkant nog een veeg mee en plaats je het glas in de gevangenis. Zo kent het HAAF (Handboek Afwas) voor ieder serviessoort een apart hoofdstuk, tot aan de asbakken aan toe. Geroutineerd versloeg het leger van Koning Lama 1 de vaasjes, de theeglazen en zelfs de robuuste bierglazen. De winst op level 1 mocht gevierd worden met een dikke toeter op de bank. Ik ben nou eenmaal geen geregeld speler: er was nog een hoop te doen.
De mist was reeds wat weggezakt toen het tweede level zich aandiende: de bekers. Met eenzelfde strategie en vrijwel identieke handelingen moest ook dit tot een probleemloze triomf leiden, hoewel de soldaten ditmaal wel dikker bepantserd waren en het kamp met krijgsgevangenen reeds overvol zat. Ik besloot de theedoek wat Rode Kruis-handelingen te laten verrichten en leverde de glazen uit aan de kast. Daarna bevocht ik de koffiemokken tot ook dit level was afgerond. Nu pas bereikte het spel het niveau dat zich met Doom of World of Warcraft kan meten. Stapels borden, schoteltjes en pannen stonden dreigend opgesteld als gereedstaande tanks en ander nog onbekend wapentuig. Messen, vorken en ander bestek rondom dit alles gaf het geheel een tot op de tanden bewapend aangezicht. Het stond allemaal op het punt het ietwat troebele slachtveld te doorkruisen, waar ik voor de zekerheid nog wat extra Dreft Gifgas in had gegooid.
De Geneefse Conventie schoof ik zonder scrupules opzij en waterboarding vond ik voor doetjes: de borden liet ik onverbiddelijk afzakken tot de bodem, waarna ik ze nog slechts in spiraalvorm met de gamecontroller hoefde te betasten. Ik stak mijn joint in mijn mond en wees vernederend naar de naakte objecten in het rek. De pannen? Ik stak ze zo vaak in de maag dat alle ingewanden er wel uit moesten zijn. Het bestek? Ieder stuk werd van boven tot onder gestript en in te grote aantallen dicht op elkaar in de hoge bestekkooi gesmeten. Systematisch werd alles afgewerkt, tot ik ook het slachtveld zelf kon wegspoelen en mijn highscore invulde door de borstel rechtop tegen de muur te zetten: number one! Het spel had me een adrenalinestoot gegeven. Snel pakte ik de stofzuiger om met een nog veel spectaculairder wapen de woonkamer te veroveren. Mijn kleding stopte ik met een dwingende stoot in de nucleaire installatie die ‘wasmachine’ heet en de badkamer zeemde ik met een lans die mij naar een één op één gevecht in de Middeleeuwen transformeerde. Met een sponsje in de hand bokste ik de binnenkant van de plee knock-out en tijdens een ietwat onhandige worstelwedstrijd wist ik in nog geen kwartier het bed te verschonen. Onderwijl steeds scanderend: Koning Lama! Heerser in het huishouden!
|