De afgelopen maanden ben ik bijna dagelijks met het verhuizen en verzorgen van mijn 91-jarige oma bezig geweest. Dat klinkt misschien ongelofelijk, maar ik ben, als kleinzoon, haar enige levende familielid wat ze nog heeft. En ze kan het laatste jaar niets meer zelf, dus alles wat haar behelst, komt op mijn schouders neer.
Een half jaar geleden brak ze haar heup en moest ik allemaal kleding naar het ziekenhuis heen en weer sjouwen. Daarna ging ze naar een tijdelijke verzorgplek, en moest ik een kleine verhuizing regelen.
Vorige maand ging ze naar een definiteve verzorgplek en moest ik haar oude huis helemaal leeg halen. Al het meubilair moest naar een twee keer zo kleine ruimte en mijn nogal eigenwijze oma heeft een hekel aan spullen weggooien. Gelukkig had ik hulp die vrij radicaal met de verhuizing omging, dus er konden containers vol oude, kapotte rotzooi weg. Maar naast de verhuizing had ik misschien nog het meeste werk aan al het in- en uitpakken van de honderden beeldjes, schilderijtjes en andere typische bejaardenprullaria die Oabsoluut niet weg mocht¹. Om nog maar te zwijgen over al het regel- en papierwerk van verzekeringen, instanties, ziektekosten, abonnementen, opleveringen en ga zo nog maar even door.
Maar om een lang verhaal kort te houden; ik heb nu echt alles achter de rug en voel me ontzettend blij en opgelucht! Ik heb een hoop mensen blij kunnen maken met haar oude spullen, op een wasmachine na. Iedereen had er al eentje, dus na een paar weken tevergeefs rondvragen moest ik hem gisteren dan toch bij het grofvuil zetten. Zonde, maar goed. Ik weer naar het lege huis van mijn oma om in mijn eentje dat loodzware ding naar buiten te sjouwen. Lag er een briefje van de buurvrouw onder de deur geschoven dat zij die wasmachine wel wilde hebben. Ik blij natuurlijk, want dat scheelde me weer sjouwen en weggooien. Dus ik bel aan bij die buurvrouw, maar die was er niet. Kut! En ik moest de woning die zelfde middag leeg opleveren met sleutels en al. Er zat dus niets anders op dan dat tyfusding vloekend en zwetend naar beneden te sjouwen. Ik had hem zelfs nog voor de deur gezet met een brief er op geplakt: ‘Ik doe het nog, neem me mee!’
Afijn. Even later was alles weer achter de rug, dus ik ging vrolijk naar mijn oma om het goede nieuws te brengen. Zit ik net lekker achter een biertje om de goede afloop te vieren, komt die buurvrouw opeens binnen! Heb je die wasmachine nog?’ ‘Die heb ik net voor de deur gezet’ zei ik. ‘Oh wat zonde!’ En dat vond ik nou ook. Zeker omdat ik twee weken aan iedereen had lopen vragen wie dat ding wou hebben. Okee, ik dus weer helemaal naar beneden om dat ding op te halen voor die buurvrouw. Dat kon er nog wel bij. Eind goed al goed. Buurvrouw blij, oma blij, en ik blij. Toch wel lekker hoor, mensen helpen en daar een goed gevoel aan over houden. Hoewel, onderin mijn rug...
Def P.
|