Ook dit jaar stonden we weer fanatiek met tent en al op het jaarlijkse Landjuweelfestival op Ruigoord. Ik had hier erg naar toe geleefd, want mijn vriend en kruidendokter Meile zou er zijn verjaardag weer vieren in een grote tipi, die tevens dienst deed als smartshop. Mijn graffitimaatje Juice en ik hadden zelfs voor de gelegenheid hanenkammen laten scheren om er als echte indianen bij te lopen. Ik zou de eerste dag bij Juice in zijn atelier vier siervlaggen beschilderen met stierenschedels en de rest van de ploeg ging ondertussen de tipi inrichten. Mijn vriendin ging vast onze tent opzetten en kreeg daarbij hulp van de vriendin van mijn neef. Eigenlijk heeft mijn vriendin een schurfthekel aan alles wat met kamperen te maken heeft, dus ik had niet eens verwacht dat die zelfde avond mijn tent al zou staan. Maar ja, verliefdheid heeft mensen wel gekkere dingen laten doen! Trouwens, ik had haar in eerste instantie wijs gemaakt dat we waarschijnlijk in een bus zouden slapen, maar niet de moeite genomen dit plan door te zetten. Hoe dan ook, de sfeer was opperbest en zelfs mijn anti-kampeer-vriendin had er zin in!
Toen ik ‘s avonds laat aan kwam stond de tipi al in volle glorie als smartshop te pronken en hoefden we alleen de vlaggen nog op te hangen. Mijn tent stond een eindje verderop, want dat kon kennelijk niet anders. De dames hadden hem eerst vlak achter onze tipi opgebouwd, maar daar moest hij weer weg. Onze buren, een hele grote groep Hare Krishna’s, hadden eerst vrolijk zitten kijken hoe de dames een half uur met die tent aan het ploeteren waren, en toen deze eindelijk stond kwamen ze doodleuk met het verzoek deze te verplaatsen. Ze hadden zelf namelijk gepland daar hun eettafel neer te zetten. Na veel gezeik en onder hevig protest hadden de dames toen de tent verplaatst. Ze hadden er behoorlijk de pleuris in en konden die kale Harries wel schieten. Tegen de tijd dat ik aan kwam waren de verhitte gemoederen gelukkig alweer afgekoeld, want ik had er zelf niets van gemerkt. De grap kwam eigenlijk pas na de tweede nacht. Het begon te regenen en toen we ‘s ochtends wakker werden, regende het nog steeds. En de buien werden alleen nog maar harder en heviger. Tegen de tijd dat wij onze tent uit durfden te komen was het hele terrein één grote blubberzooi. Gelukkig stond ons tentje nog precies op een droog stukje. Onze oude plek, waar de Harries ons weg hadden gestuurd was compleet onder water gelopen. Het zag er naar uit dat hun feestje was afgelopen. Dit gold wel voor meer mensen, want helaas was onze tipi ook helemaal onder water gelopen. Je moest er echt over kratten en flonders een weg naar toe banen om er met droge voeten aan te komen. Het was een trieste aanblik. Sommige mensen stonden letterlijk te janken om de schade aan hun tent. Echt heel lullig. Hopelijk houden we de boel de volgende keer wel wat droger, want dit was echt een drama. In ieder geval, toen ik later het verhaal over de Hare Krishna’s en hun gezeik om ons tentje hoorde, was ik ze eigenlijk nog wel dankbaar ook. Want wij stonden nog hoog en droog terwijl zij tot hun knieën door de plassen moesten waden. Zou het toch iets met karma te maken hebben?
Def P
|